Biodiversiteit
In ons voedselbos krioelt en groeit het van het leven, overal waar je kijkt. Onder de bomen werken schimmels en bacteriën rustig samen aan een gezonde, zachte bodem die water goed vasthoudt. In het zonnetje zoemen de bijen vrolijk van de eerste wilde narcissen naar de bloesems in de bomen. En op de drogere plekjes scharrelen nuttige diertjes zoals de wolfspin rond om alles mooi in evenwicht te houden. Elk hoekje van het bos heeft zo z'n eigen bewoners. Samen zorgen ze ervoor dat ons voedselbos een fijne plek is.
Zanglijster verzamelt bodemdiertjes tussen de bodembedekkers; een gezonde bodem biedt een rijke gedekte tafel voor de lokale vogels.
Wie in het achterste, wat hoger gelegen gedeelte van ons voedselbos door het gras kijkt, heeft grote kans deze bijzondere bewoner tegen te komen: de wolfspin. Dit gedeelte van het terrein is net wat droger en opgewarmd door de zon — de absolute favoriete plek voor deze actieve jagers.
Zoals op de foto goed te zien is, heeft de wolfspin een indrukwekkend gezicht. Waar de meeste spinnen vrijwel blind zijn en afhankelijk zijn van een web, is de wolfspin een echte 'zichtjager'. Kijk maar eens goed naar die twee grote, donkere koplampen aan de voorkant. Daarmee schat de spin diepte in en observeert hij zijn omgeving haarscherp. In totaal heeft hij maar liefst acht ogen: onder de twee grote hoofd-ogen zit nog een discreet rijtje van vier kleine oogjes, en bovenop de kop kijken er nog twee naar boven. Ze zijn superklein, maar als je ze eenmaal ziet, zien ze er door die grote ogen verrassend aardig uit!
Jagend op de Bodem Dankzij dit uitstekende zicht heeft de wolfspin geen web nodig. Hij struint actief over de bodem op zoek naar zijn prooi.
Natuurlijke evenwichtsbewakers: Alles wat klein genoeg is en door de strooisellaag kruipt — van mieren en kevertjes tot schadelijke parasieten zoals teken — staat op het menu.
Bijzondere broedzorg: Uniek aan wolfspinnen is dat het vrouwtje haar eicocon vast aan haar achterlijf meedraagt. Zodra de eitjes uitkomen, klimmen tientallen piepkleine spinnetjes op haar rug, waar ze veilig meereizen tot ze zelfstandig zijn.
Dat we ze juist op het hogere, zonnige stuk achterin het terrein zo veel zien, is een prachtig voorbeeld van hoe microklimaten hun eigen specifieke dieren aantrekken. Voor mensen zijn deze schuwe diertjes volkomen ongevaarlijk, maar binnen het ecosysteem van ons voedselbos in Katlijk zijn ze onmisbaar.
Een wolfspin (Lycosidae) schuilt tussen de verse, harige bladeren van een brandnetel; deze actieve jagers maken geen web, maar jagen lopend op schadelijke insecten.
Een citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) drinkt nectar uit de paarse bloem van een speerdistel (Cirsium vulgare).
Mos tussen gevallen eikenbladeren; de strooisellaag houdt vocht vast en vormt de basis voor een gezonde bodembiologie.
Wilde narcis in bloei; stinzenplanten en vroege bloeiers trekken de eerste bestuivers aan in het voedselbos.
Bloeiende paardenbloem; met haar diepe penwortel haalt deze eetbare pionierplant mineralen omhoog uit de diepere bodemlagen.
Vlieg op het blad; ook vliegen spelen als bestuivers en opruimers een belangrijke rol in de kringloop van het voedselbos.
Rijpende appelen in de boomlaag; een klassieke element- en opbrengstplant binnen het voedselbos.